
Wanneer je leest over het rantsoen van schapen, lees je al snel: schapen mogen geen koper. Maar waar komt dit nu vandaan?
Het ene schaap is het andere niet.
Niet elk schaap heeft dezelfde koperbehoefte. Er zijn veel rassen verschillen en niet elk ras heeft dezelfde behoefte. Dit is ook niet onlogisch als we kijken waar deze rassen voorkomen. Wanneer rassen ooit ontstaan zijn op gronden waar weinig koper aanwezig is, gaat deze rassen zich ontwikkeld hebben om gemakkelijk koper op te slaan. Vermits dit een evolutionaire voorsprong zal geven. Dit wil zeggen dat wanneer deze rassen vandaag in gebieden worden gehouden waar er veel koper van nature aanwezig is, een overdosering makkelijk kan voorkomen.
Maar het omgekeerde is ook waar. Rassen die oorspronkelijk komen van gebieden met veel koper gaan moeilijk koper opnemen, om net een overdosering te voorkomen. Deze hebben veel koper in het rantsoen net nodig.
Rassen die bijvoorbeeld extra koper nodig hebben zijn Ouessant, Kameroen, Saay, Darper,… dit wil niet zeggen dat je ze onbeperkt koper kan voeren maar wel dat ze meer koper in hun rantsoen nodig hebben dan bijvoorbeeld de Texelaar, swifter, sufflok, Hampshire,.. Dan heb je tussen deze twee uiterste ook nog rassen die een kleine hoeveelheid koper nodig, maar niet bloot kunnen gesteld worden aan hoge dosissen voor langere periode. Zoals bijvoorbeeld Drents Heideschaap, Veluws Heideschaap, Clun Forest, Kerry Hill, …
Vanwaar komt de waarschuwing dan?
Zoals hierboven beschreven is zijn het vooral de hoog productieve rassen die gevoelig zijn aan koper. Vermits deze ook het meest worden gehouden, wordt hier het meest over geschreven en vaak foutief veralgemeend naar alle schapenrassen.
Tot slot
Koper is niet de vijand maar een belangrijk spoorelement in de voeding van schapen. Kijk hoe gevoelig jou schapen zijn voor koper. Op deze manier kan je ze juist voederen en veel problemen voorkomen.
