
Als eigenaar van een paard sta je in voor het welzijn en de gezondheid van dit edele dier. Vermits voorkomen beter is dan genezen, kan je je paard maar beter zo goed als mogelijk beschermen tegen nare en vaak dodelijke ziektes. Maar tegen wat kan je nu allemaal vaccineren?
Wat doet een vaccin? Een vaccin bevat een kleine hoeveelheid ziekteverwekkers waartegen je wil vaccineren. Dit zijn dode of geïnactiveerde ziekteverwekkers waardoor ze de ziekte niet kunnen overbrengen. Het lichaam van het paard gaat wel reageren op deze kiemen alsof het de echte ziekteverwekkers zijn. Hierdoor wordt het immuunsysteem getraind en kan het specifieke antistoffen aanmaken tegen de ziekte.
Wanneer het paard op een later tijdstip in contact komt met de echte ziektekiem, weet het immuunsysteem perfect wat het moet doen en zijn de juiste antistoffen reeds aanwezig. Hierdoor kan de ziektekiem direct bestreden worden en is de kans op het doorbreken van de ziekte minimaal.
De verschillende ziektes
Influenza Het influenzavirus, ook wel griep genoemd, is een virus dat zich vestigt in de bovenste luchtwegen en de longen. Het virus legt een deel van de immuniteit van de luchtwegen plat, waardoor bacteriën makkelijk betrokken kunnen raken en de infectie kunnen verergeren.
Het virus is makkelijk overdraagbaar tussen paarden. Eens het in je stal binnenkomt, gaat het er als een lopend vuurtje doorheen. Wanneer een paard besmet raakt, maakt het typisch hoge koorts en meer slijmen aan ter hoogte van de luchtwegen. Deze slijmen zorgen voor een typische hoest.
Bij jonge veulens of paarden met een verminderde weerstand kan een infectie met het influenzavirus dodelijke gevolgen hebben.
Het vaccin: Influenza en tetanus worden zo goed als altijd gecombineerd in één vaccin. Het basisvaccinatieprotocol bestaat uit twee entingen met drie weken ertussen, gevolgd door een herhalingsvaccin na zes maanden. Daarna volstaat een jaarlijkse hervaccinatie. Voor drachtige merries wordt aangeraden om te vaccineren in de laatste vier maanden van de dracht, om specifieke antistoffen in de biest te verkrijgen en op deze manier het veulen de eerste zes maanden van zijn leven te beschermen.
Tetanus Tetanus, ook wel de klem genoemd, wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie komt overal in de omgeving voor en gedijt goed in zuurstofarme omgevingen. Paarden kunnen geïnfecteerd worden doordat de bacterie in een wonde terechtkomt — hoefwonden en castratiewonden zijn hierbij bijzonder risicovol. De wonde vormt in het helingsproces een korst en creëert zo een zuurstofarme omgeving. Hierin gaat C. tetani een neurotoxine vormen. Wanneer dit toxine in de bloedbaan terechtkomt, zorgt het voor een verkramping van bepaalde spiergroepen zoals de kaakspieren (typische grimas), de hoofd- en halsspieren en de ledenmaten. Ook de tussenribspieren verkrampen, wat leidt tot verstikking.
Zo goed als alle zoogdieren zijn gevoelig voor dit toxine, maar paarden zijn extreem gevoelig. Eens de verkramping begint, is er relatief weinig dat gedaan kan worden om deze levensbedreigende situatie te verhelpen. Vaccineren tegen deze aandoening is dan ook essentieel.
Het vaccin: Tetanus zit samen met influenza in één vaccin. Het vaccinatieprotocol is identiek aan dat van influenza: twee basisentingen met drie weken ertussen, een herhalingsvaccin na zes maanden en vervolgens jaarlijkse hervaccinatie.
Rhinopneumonie Rhinopneumonie, vaak rhino genoemd, wordt veroorzaakt door een herpesvirus waarvan verschillende subtypes bestaan. Het virus zorgt voor een infectie van de luchtwegen, voornamelijk in het najaar en de winter. Rhino kan zeer makkelijk van paard tot paard worden doorgegeven, wat vaak tot een epidemie in de stal leidt.
Naast de verkoudheidsvorm kan rhino, afhankelijk van het subtype, in nog twee andere vormen tot uiting komen: de abortusvorm en de neurologische vorm. Bij de neurologische vorm wordt het zenuwstelsel van het paard aangetast, wat in de meeste gevallen tot de dood leidt.
Het vaccin: Het basisvaccinatieprotocol voor rhinopneumonie bestaat uit een primovaccinatie, gevolgd door een herhalingsvaccin drie weken later. Vervolgens wordt het vaccin om de zes maanden herhaald om een goede bescherming te behouden.
